Ga naar de content

“Vergeet lezen. Laat mbo’ers iets doen.”

Tips voor jou van Carlijn Lensink, afzwaaiend Impactmanager Onderwijs, om dementiekennis naar onderwijs te brengen.

Carlijn Lensink, Impactmanager Onderwijs en DEMPACT’er van het eerste uur, vertrekt. Om meer dementiekennis in het onderwijs te krijgen, bracht ze dementieonderzoek samen met (vooral) mbo-opleidingen zorg en welzijn. Voordat ze vertrekt deelt ze haar inzichten en tips met jou.

Er lag niet bepaald een routekaartje klaar toen Carlijn Lensink begon bij DEMPACT in 2024. Maar Lensink, netwerker pur sang, begon “waar de energie zat”. Met behoeften verkennen, goede voorbeelden opsnorren, ontmoetingen organiseren en samenwerking aanjagen. Een greep uit haar resultaten:

  • We hebben nu zicht op hoe mbo-, hbo- en wo-curricula tot stand komen (“Via drie verschillende, complexe besluitvormingsstructuren.”). En wat de behoefte is rond onderwijs over dementie (“Die is groot.”)
  • Alzheimer Nederland is praktijkonderzoek gaan subsidiëren binnen het mbo (de zogeheten practoraten), mede dankzij input van Lensink.
  • Er kwam een online Denktank DementieOnderwijs waarbij inmiddels 30 mbo-onderwijsprofessionals zijn aangesloten. Dementieonderzoekers sparren tijdens online bijeenkomsten met hen; onder meer over hoe je onderzoeksresultaten vertaalt naar geschikte lesvormen.
  • Een lijst adviezen voor versterking van mbo-opleidingen Verzorgende en Verpleegkundigen, met als kern: bereid studenten beter voor op werken met mensen met dementie en richt de zorg meer op mens en welzijn, in plaats van op de ziekte.

Wat valt het meest op, als je terugkijkt?

“De gedrevenheid. Zowel dementieonderzoekers als onderwijsprofessionals zien het belang van meer dementiekennis in mbo-opleidingen zorg en welzijn. Niet vreemd ook, gezien de nijpende situatie. Alleen: zorgen dat academische kennis geschikt wordt gemaakt voor beroepsonderwijs is heel lastig. Daarom is samenwerken met onderwijsdeskundigen zo belangrijk.”

Wat zijn jouw tips voor dementieonderzoekers?

Tip 1: Stel een realistisch doel

“Ik heb onderzoekers vaak zien gaan voor ‘X opnemen in het curriculum’. Dat betekent in werkelijkheid aanpassing van het Kwalificatie Dossier: dat is onhaalbaar voor zo’n specifiek onderwerp. Realistischer is bijvoorbeeld: ‘Samen met een onderwijsinstelling, kennis X uit mijn onderzoek vertalen naar een bruikbare onderwijsvorm’.”

Tip 2: Check – valt je kennis onder een bredere paraplu?

“Nog een tip: beroepsopleidingen zoals mbo-zorg en -welzijn nemen alleen algemene kennis op, onder een bredere paraplu. Daarvan moet je je bewust zijn als je kennis wilt laten opnemen.”

“Voorbeeld: gezond leven helpt om het risico op dementie te verminderen. Maar lesmateriaal hierover gaat niet landen. Leefstijlkennis valt binnen het mbo en het hbo namelijk onder ‘algemene preventie’. Hooguit krijg je voor elkaar dat er een aanvulling komt: ‘Gezond leven helpt hart- en vaatziekten, diabetes, overgewicht én dementie te voorkomen.”

“Onderwerpen waar trouwens nog weinig lesmaterialen over zijn, maar waar wel veel behoefte aan is: omgaan met onbegrepen gedrag, relationele vaardigheden en persoonsgerichte zorg.”

Tip 3: Vergeet lezen. Laat mbo’ers iets doen

“Ook héél belangrijk: rapporten en ander leesmateriaal past niet bij het beroepsonderwijs. Vergeet lezen. Ga voor andere leervormen. Laat mbo-studenten vooral iets doen. Dat vraagt van jou als academicus een grote vertaalslag en intensief samenwerken met onderwijsmakers.”

Tip 4: Organiseer je succes: betrek onderwijsmensen vanaf het begin

“Zo’n vertaalslag is vanachter je academische laptop namelijk niet te maken. Samenwerken is echt een must. Liefst vanaf het moment dat je bedenkt dat jouw resultaten moeten landen in onderwijs.”

“Stap dan niet binnen met ‘dit moet je gaan doen’. Maar verken eerst welke issues onderwijsprofessionals van de instelling ervaren. Loop eens een dag mee met studenten. Ook school en op een stage. Kijk vervolgens die onderwijsgaten overlappen met wat jij komt brengen. En ga vanaf daar samen werken aan een vertaling van jouw resultaten naar concrete praktische kennis.”

"Welzijn is niet iets extra’s. Het bepaalt de kwaliteit van leven. Daarom is het goed als zorg & welzijn zich daarop richten."
Carlijn Lensink

Nog even: wat is er zo nijpend?

“80% van de studenten in mbo-opleidingen Verzorgende & Verpleegkundige komen in aanraking met mensen met dementie. Maar dementie komt niet voor in het Kwalificatie Dossier, de wettelijke onderwijsrichtlijn voor deze mbo-sector. Dat komt onder meer doordat de dementiezorg in verpleging, verzorging en thuiszorg gezien wordt als laagcomplex. Dat is onterecht. Dementiezorg vraagt sensitiviteit, relatievaardigheden, klinisch redeneren en veiligheid bijvoorbeeld.”

“Studenten die op stage gaan, moeten onvoorbereid verwarde mensen met dementie verzorgen, of omgaan met ontremd gedrag of agressie. Dat overvalt hen. De uitstroom is mede hierdoor hoog.”

“Tegelijk is meer aanwas en meer aandacht voor dementie in zorg en welzijn écht nodig. Het aantal mensen met dementie neemt enorm toe, van 320.000 nu naar ruim 500.000 in 2040. Waarvan driekwart thuis zal wonen. Tegelijk overweegt vier op de tien zorgprofessionals in dementiezorg het vak te verlaten. Driekwart van hen ervaart dat het werk fysiek en mentaal zwaarder is geworden.”

Wat moet er dan anders in zorgonderwijs?

“Onderzoekers én onderwijsprofessionals zeggen: vul zorgonderwijs voortaan in vanuit de visie dat de zorg gericht moet zijn op de mens en het welzijn. Niet meer sec op de ziekte. Daaruit volgt dat we mbo-studenten andere dingen moeten leren: meer praktische vaardigheden, zelfreflectie en samenwerking met naasten en andere disciplines”

“Het is ook tijd dat we mbo-professionals neerzetten als deskundigen die in complexe situaties weten wat te doen: zij zien mensen met dementie veel vaker en kennen ze beter dan collega’s uit hbo of wo.”

Dit volgt uit sessies met onderzoekers en professionals uit (mbo-onderwijs) zorg en welzijn, die Lensink organiseerde in opdracht van stichting Consortium BO (dat onderwijsmateriaal en examens maakt) en non-profitcoöperatie Prove2Move (dat examens en beoordelingstrainingen maakt). Aanleiding was herziening van de zogeheten Body of Knowledge (of BoK), een hulpmiddel om het Kwalificatie Dossier invulling te geven. Om de vier jaar wordt eerst dat dossier geactualiseerd (ook in 2025), en daarna de BoK.

“We hebben voor herziening van de Body of Knowledge concrete adviezen uitgewerkt rond signaleren van psychosociale aspecten, omgaan met onbegrepen gedrag, culturele diversiteit, de inzet van technologie in de thuissituatie en betekenisvolle daginvulling.”

“Natuurlijk moet er dan ook wat uit. Kennis van onderzoeksmethoden biedt mbo’ers weinig nut; weten hoe de diagnose verloopt is veel belangrijker. Dat geldt ook voor specialistische ziektekennis en pathofysiologie over alle vormen van dementie; belangrijk is vooral te weten dát er verschillende vormen zijn. Goed kunnen observeren, signaleren en benaderen is voor zorgverleners veel belangrijker, dan weten welk gedrag precies bij welk subtype van dementie hoort.”

Laatste gewijzigd: 20-03-2026 18:45

Meer inspiratie

Zet de volgende stap samen met DEMPACT
1
Beantwoord 4 vragen
Vertel via 4 vragen over je onderzoek. En ontdek welke organisaties jou mogelijk kunnen helpen bij implementatie en andere impactactiviteiten.
2
Neem contact op met DEMPACT
DEMPACT introduceert je daarna bij de juiste mensen van de juiste organisaties.

Vul 4 vragen in

'Jouw impactpartners' toont alle organisaties die kunnen ondersteunen bij realisatie van impact. Als je 4 vragen invult, verschijnen alleen organisaties die relevant zijn voor jouw onderzoek.